In deze paragraaf geven we inzicht in onze risico’s. Dit zijn de risico’s die financiële gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. Voor deze risico’s hebben we geld apart gezet in reserves. Op deze manier kunnen we het risico opvangen als het zich voordoet.
We onderscheiden twee soorten risico’s:
- risico’s met een eenmalig karakter: dit zijn risico’s die zich maar één keer kunnen voordoen. Bijvoorbeeld dat we worden aangesproken op een garantstelling.
- risico’s met een mogelijk structurele impact: dit zijn risico’s die zich elk jaar opnieuw kunnen voordoen. Bijvoorbeeld dat de bezuinigingen van de jeugdhulp niet kunnen worden ingevuld.
We maken dit onderscheid omdat we moeten weten hoeveel geld we apart moeten houden om de risico's op te vangen. Voor eenmalige risico’s hoeven we minder geld apart te zetten dan voor structurele risico’s .
Risico's en risicoreserves
In gemeenteland wordt er vaak gepraat over het weerstandsratio van minimaal 1. Bij een ratio van 1 zijn je risico’s net zo groot als je reserves. De gedachte hierachter is dat je dan genoeg geld in de ‘spaarpot’ hebt om je tegenvallers te betalen. Om hierover wat meer inzicht te geven gaan we hieronder eerst in op de reserves, en daarna op de risico’s. En natuurlijk laten we ook het weerstandsratio zien, om antwoord te geven op de vraag of er genoeg geld gespaard is.
Algemene dienst en Grondbedrijf
In deze paragraaf proberen we een totaalbeeld te schetsen van de risico’s en buffers. We splitsen daarbij de risico’s en buffers in twee kernactiviteiten:
- de risico’s en buffers van de algemene dienst:
De algemene dienst zijn de ‘normale’ taken die een gemeente uitvoert. Dus bijvoorbeeld, welzijn, jeugdhulp en Wmo, beheer van de stad, vergunningverlening, bedrijfsvoering etc. Dit zijn taken die alle gemeenten doen
- de risico’s van het Grondbedrijf
Dit is belangrijk omdat de gemeente Almere één van de grootste grondbedrijven van Nederland heeft. Het grondbedrijf heeft een eigen systeem van risico inventarisatie en risicobeheersing. Daarom behandelen we die hieronder ook apart.
Hierbij geldt wel dat we uiteindelijk één gemeente zijn. Dus als het grondbedrijf niet genoeg buffers heeft om alle risico’s op te vangen, dan zal de algemene dienst dit moeten compenseren. Dit hebben we ook gezien ten tijde van de financiële crisis. Toen moesten we bezuinigen om de tekorten van het grondbedrijf te kunnen betalen.
Risico's en buffers van de algemene dienst
risico's en buffers
bedragen x € 1 miljoen
Zoals u in deze grafiek kan zien hebben we genoeg geld in de risicoreserve van de algemene dienst, om de risico’s op te kunnen vangen.
Het is wettelijk verplicht om in de begroting een ‘stelpost’ voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Dit bedrag staat in de begroting zodat het college bij een calamiteit direct kan handelen. Wij ramen hiervoor ongeveer € 0,5 miljoen in het lopende jaar (2024) en volgend begrotingsjaar (2025) om onvoorziene risico’s op te vangen. Dit noemen we ook wel de stelpost ‘onvoorziene uitgaven’.
Daarnaast hebben we nog de buffer. Dit heet ook wel de algemene reserve. Daar zit naar verwachting aan het eind van 2024 € 114 miljoen in. Dat lijkt heel veel geld, maar we verwachten dat dit bedrag de komende jaren terugloopt naar € 25 miljoen in 2028. Dit komt omdat we elk jaar meer uitgaven verwachten dan inkomsten. Dat tekort betalen we uit de buffer. Dus in de buffer is nog een ‘vrije ruimte’ van € 25 miljoen. Dat bedrag is beschikbaar voor tegenvallers. Dit ligt onder de doelstelling van het coalitieakkoord. We vinden de buffer voor de komende maanden toereikend. Na het opmaken van de jaarrekening 2024 gaan we in het tweede kwartaal van 2025 opnieuw kijken naar de financiële situatie. Als er dan nog steeds geen € 45 miljoen in de buffer zit, dan gaan we bij de begroting 2026 voorstellen doen om dit alsnog aan te vullen.
Risico's en buffers van het grondbedrijf
In de paragraaf grondbeleid geven we een uitgebreide toelichting van de risico’s en buffers van het grondbedrijf. We noemen hier de hoofdzaken.
Harde vermogen versus risico’s
Het grondbedrijf heeft een eigen risicoreserve. Hiervoor worden verschillende namen gebruikt, vaak noemen we het harde vermogen en het zachte vermogen.
Het harde vermogen is geld wat al verdiend is met grondverkopen
Dit geld hebben we in een reserve gestort om risico’s op te vangen. Als er meer geld in het harde vermogen zit dan risico’s; dan hevelen we het overschot over naar de buffer van de algemene dienst. Dit geld kan daarna gebruikt worden voor integrale afweging.
harde vermogen en risico's
bedragen x € 1 miljoen
We hebben dus genoeg geld om de risico’s te betalen. Het geld dat over is noemen we het ‘vrij besteedbaar vermogen’. Dit bedrag is al ingezet in de begroting.
Het zachte vermogen is geld dat we nog kunnen verdienen met toekomstige grondverkopen
Tegenover dit nog te verdienen geld, staan ook risico’s. Toekomstige winst is immers onzeker. Ook hier stellen we de eis dat het vermogen hoger moet zijn dan de risico’s. Als dat niet zo is, dan moeten we extra ‘hard’ geld opzij zetten.
zachte vermogen en risico's
bedragen x € 1 miljoen
Ons zachte vermogen (=verwachte toekomstige winst) is genoeg om onze verwachte risico’s te kunnen betalen. Toekomstige winsten mogen we niet nu al besteden. Dat betekent dus ook dat we nu geen bestemming geven aan het surplus van € 28,3 miljoen.
We hebben genoeg buffers voor onze risico's
Als je naar onze risico’s en buffers kijkt, dan kunnen we concluderen dat we genoeg buffer hebben om de risico’s te betalen. We presenteren hier nog even de belangrijkste posten:
bedragen x € 1 miljoen
| risico’s | reserve | weerstandsratio |
---|---|---|---|
Risico’s Algemene dienst (stand 1-1-2028) | 39,8 | 40,2 | 1,0 |
Buffer Algemene dienst (stand 1-1-2028) | onbekend | 25,0 | |
Harde vermogen grondbedrijf (stand 1-1-2025) | 83,7 | 99,0 | 1,2 |
Zachte vermogen grondbedrijf (stand 1-1-2025) | 373,1 | 401,4 | 1,1 |
Totaal | 496,6 | 565,5 | 1,1 |
Het weerstandsratio komt dus uit op 1,1. Dit wordt door onze toezichthouder als ‘voldoende’ aangemerkt.